Boutverbinding

boutverbinding.png

BOUTVERBINDING


Boutverbinding berekenen

Een boutverbinding wordt gebruikt om twee of meer onderdelen mechanisch met elkaar te verbinden. In drukvaten, flenzen, apparatenbouw en piping-systemen is een correcte boutberekening belangrijk, omdat de verbinding veilig moet blijven onder druk, voorspanning, afdichtingskracht, externe belasting en temperatuurinvloeden.

Bij drukvaten en flensverbindingen worden boutverbindingen vaak beoordeeld volgens normen en richtlijnen zoals de AD 2000-merkbladen. Voor deze berekeningen is in veel gevallen AD 2000-Merkblatt B7 relevant. Dit geldt met name wanneer sprake is van een excentrisch gespannen en excentrisch belaste boutverbinding, waarbij de verbonden delen niet direct op elkaar liggen en er hoge eisen worden gesteld aan sterkte, afdichting en betrouwbaarheid.

Een boutverbinding moet niet alleen voldoende sterk zijn, maar ook voldoende voorspanning kunnen leveren om lekkage, loskomen of ongewenste vervorming te voorkomen.

Constructieregels voor flens- en boutverbindingen

Voor de constructie van flensverbindingen zijn een aantal ontwerpregels belangrijk. Deze regels zorgen voor een gelijkmatige krachtverdeling, een betrouwbare afdichting en voldoende veiligheid van de verbinding.

Belangrijke constructieregels zijn:

Constructieregel Toelichting
Minimaal aantal bouten Een groot aantal bouten zorgt voor een gelijkmatige afdichting. Meestal geldt: n ≥ 4
Boutafstand De verhouding tussen boutafstand en gatdiameter moet voldoen aan: la / dh ≤ 5
Minimale boutmaat Schroeven kleiner dan M10 zijn doorgaans niet toelaatbaar
Gelijkmatige verdeling Bouten moeten gelijkmatig over de steekcirkel worden verdeeld
Afdichtingsvlak De afdichting moet voldoende gelijkmatig worden belast

Waarbij:

Symbool Betekenis
la boutafstand
dh doorvoergat van de bout
n aantal bouten
D diameter van de steekcirkel

De verhouding tussen boutafstand en gatdiameter wordt gecontroleerd met:


\frac{l_a}{d_h} \leq 5

Aantal bouten kiezen

Het aantal bouten wordt gekozen op basis van de steekdiameter, de maximale toelaatbare boutafstand en de constructieve eisen van de verbinding. Een gelijkmatige verdeling van bouten over de flens zorgt voor een betere afdichting en een lagere lokale belasting per bout.

Wanneer de bouten gelijkmatig op een steekcirkel worden geplaatst, kan de boutafstand bij benadering worden bepaald met:


l_a = \frac{\pi \cdot D}{n}

Waarbij:

Symbool Betekenis
la boutafstand
D diameter van de steekcirkel
n aantal bouten

Op basis van de voorwaarde \(l_a / d_h \leq 5\) geldt:


l_a \leq 5 \cdot d_h

Daarmee kan het minimaal benodigde aantal bouten worden bepaald met:


n \geq \frac{\pi \cdot D}{5 \cdot d_h}

In de praktijk wordt het berekende aantal bouten afgerond naar een logisch en symmetrisch aantal, bijvoorbeeld 4, 6, 8, 12, 16 of 20 bouten. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de flensgeometrie, beschikbare ruimte, montage, afdichting en normvoorschriften.

boutverbinding

Drukkracht op de boutverbinding

Bij een flens- of dekselverbinding ontstaat door interne druk een kracht die de verbinding wil openen. Deze kracht wordt bepaald door de druk te vermenigvuldigen met het effectieve drukoppervlak.

De algemene formule voor drukkracht is:


F_D = P \cdot A

Waarbij:

Symbool Betekenis
FD drukkracht
P druk
A effectief drukoppervlak

Voor een rond drukoppervlak geldt:


A = \frac{\pi \cdot D_i^2}{4}

Daarmee wordt de drukkracht:


F_D = P \cdot \frac{\pi \cdot D_i^2}{4}

Waarbij:

Symbool Betekenis
Di effectieve binnendiameter of afdichtingsdiameter
P interne druk
FD totale drukkracht op de verbinding

Wanneer wordt gerekend met bar en cm², kan de volgende praktische relatie worden gebruikt:


1 \ \text{bar} = 1 \ \text{daN/cm}^2

De bedrijfslast per bout wordt bepaald door de totale drukkracht te delen door het aantal bouten:


F_B = \frac{F_D}{n}

Waarbij:

Symbool Betekenis
FB bedrijfslast per bout
FD totale drukkracht
n aantal bouten

Sterkteklasse van de boutverbinding

Wanneer de bedrijfslast per bout bekend is, kan de benodigde boutdiameter en sterkteklasse worden gekozen. De sterkteklasse geeft aan welke treksterkte en vloeigrens de bout heeft.

Veelgebruikte sterkteklassen zijn:

Sterkteklasse Toepassing
4.6 Lage belasting, eenvoudige constructies
5.6 Algemene boutverbindingen
8.8 Veelgebruikte constructieve boutverbindingen
10.9 Hoogbelaste boutverbindingen
12.9 Zeer hoogbelaste boutverbindingen

Bij een excentrische krachtaangrijping wordt de bout zwaarder belast dan bij een centrische belasting. Daarom wordt bij een excentrisch belaste verbinding vaak een hogere belastinggroep of hogere sterkteklasse gekozen.

richtwaardenboutverbinding

De keuze van de boutklasse hangt af van:

Factor Invloed
Bedrijfslast per bout Bepaalt de minimale draagkracht
Voorspankracht Bepaalt de benodigde trekbelasting in de bout
Excentriciteit Verhoogt lokale boutbelasting
Temperatuur Kan materiaalsterkte verlagen
Montageconditie Beïnvloedt spreiding in voorspanning
Wrijving Beïnvloedt het benodigde aanhaalmoment
Normeisen Bepalen minimale veiligheidsmarges

Controleberekening van de boutverbinding

De controleberekening van een boutverbinding kan volgens AD 2000-Merkblatt B7 worden uitgevoerd. Hierbij wordt eerst de benodigde voorspankracht bepaald. De voorspankracht moet voldoende zijn om de afdichting veilig te belasten en de verbinding gesloten te houden.

De voorspankracht wordt bepaald door de bedrijfslast per bout te vermenigvuldigen met een aanhaalfactor:


F_V = k_A \cdot F_B

Waarbij:

Symbool Betekenis
FV voorspankracht per bout
kA aanhaalfactor
FB bedrijfslast per bout

De aanhaalfactor kA houdt rekening met spreiding door montage, wrijving, aanhaalmethode en onzekerheden in de voorspanning. Hoe onnauwkeuriger de aanhaalmethode, hoe groter de aanhaalfactor meestal wordt gekozen.

richtwaardenaanhaalfactor

Voorbeelden van factoren die invloed hebben op kA:

Factor Invloed
Handmatig aandraaien Grote spreiding in voorspanning
Momentsleutel Betere controle, maar nog steeds afhankelijk van wrijving
Hydraulisch voorspannen Nauwkeurigere voorspanning
Smering Verlaagt wrijving en beïnvloedt moment
Oppervlakteruwheid Beïnvloedt wrijvingscoëfficiënt
Boutkwaliteit Beïnvloedt treksterkte en vloeigrens

Controle van de vloeigrens

De voorspanning in de bout mag niet te hoog worden. In veel ontwerpregels wordt gecontroleerd dat de spanning door voorspanning beperkt blijft tot een percentage van de 0,2%-rekgrens of vloeigrens van het boutmateriaal.

Een gebruikelijke controle is dat de voorspanning maximaal 70% van de rekgrens mag veroorzaken:


\sigma_V \leq 0{,}7 \cdot R_{p0{,}2}

Waarbij:

Symbool Betekenis
σV spanning door voorspankracht
Rp0,2 0,2%-rekgrens van het boutmateriaal

De spanning in de bout wordt berekend met:


\sigma_V = \frac{F_V}{A_s}

Hieruit volgt de minimale benodigde spanningsdoorsnede van het draadgedeelte:


A_s \geq \frac{F_V}{0{,}7 \cdot R_{p0{,}2}}

Waarbij:

Symbool Betekenis
As spanningsdoorsnede van het draadgedeelte
FV voorspankracht
Rp0,2 0,2%-rekgrens van de bout

Deze berekening wordt gebruikt om te controleren of de gekozen boutdiameter en sterkteklasse voldoende zijn.

Boutdiameter kiezen

Wanneer de benodigde spanningsdoorsnede \(A_s\) bekend is, kan een passende boutdiameter worden gekozen. Voor een vereenvoudigde benadering kan de doorsnede worden gekoppeld aan de diameter van een cirkel.

De oppervlakte van een cirkel is:


A = \pi \cdot R^2

Hieruit volgt de straal:


R = \sqrt{\frac{A}{\pi}}

De diameter volgt dan uit:


d = 2 \cdot R

Gecombineerd kan de diameter worden geschreven als:


d = 2 \cdot \sqrt{\frac{A_s}{\pi}}

Waarbij:

Symbool Betekenis
d theoretische boutdiameter
R straal
As benodigde spanningsdoorsnede

In de praktijk wordt daarna een standaard metrische boutmaat gekozen, zoals M10, M12, M16, M20, M24 of groter. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de theoretische diameter, maar ook naar de werkelijke spanningsdoorsnede volgens de boutnorm.

Aanhaalmoment van een boutverbinding

Het aanhaalmoment is het moment dat nodig is om de bout op de gewenste voorspankracht te brengen. Tijdens het vastdraaien moet niet alleen de bout worden voorgespannen, maar moeten ook de wrijvingsmomenten in de schroefdraad en onder de boutkop of moer worden overwonnen.

Het totale aanhaalmoment bestaat uit:

Onderdeel Betekenis
Schroefdraaimoment Moment nodig om de schroefdraad te overwinnen
Draagvlakwrijvingsmoment Moment door wrijving onder boutkop of moer
Totaal aanhaalmoment Som van beide bijdragen

Een algemene formule voor het aanhaalmoment is:


M_A = F_V \cdot \left[\frac{d_2}{2} \cdot \tan(\varphi + \rho') + \mu_k \cdot \frac{d_k}{2}\right]

Waarbij:

Symbool Betekenis
MA aanhaalmoment
FV voorspankracht
d2 flankdiameter van de schroefdraad volgens tabel 1
φ hellingshoek van de schroefdraad volgens tabel 1
ρ′ wrijvingshoek van de schroefdraad zie tabel 2a
μk wrijvingscoëfficiënt van het draagvlak volgens tabel 2c
dk werkzame wrijvingsdiameter onder boutkop of moer

De wrijvingshoek van de schroefdraad kan worden bepaald met:


\tan(\rho') = 1{,}155 \cdot \mu_G

Waarbij:

Symbool Betekenis
ρ′ wrijvingshoek van de schroefdraad
μG wrijvingscoëfficiënt in de schroefdraad

Voor zeskantbouten en cilinderschroeven wordt de werkzame wrijvingsdiameter vaak benaderd met:


\frac{d_k}{2} = 0{,}65 \cdot D

Of:


d_k = 1{,}3 \cdot D

Waarbij:

Symbool Betekenis
dk werkzame wrijvingsdiameter
D nominale boutdiameter of relevante draagvlakdiameter

Het aanhaalmoment is sterk afhankelijk van wrijving. Daarom kan dezelfde momentsleutelinstelling bij verschillende smering of oppervlakteruwheid tot een andere voorspankracht leiden. Voor kritische verbindingen is het daarom belangrijk om de montagecondities duidelijk vast te leggen.

Tabel 1: Metrisch ISO-schroefdraad

metrische iso-schroefdraad

Tabel 2a en 2b: Wrijvingscoëfficiënten voor schroefverbindingen

wrijvingscoefficientboutverbinding

Tabel 2c: Wrijvingscoëfficiënten μk 

wrijvingscoefficientvervolg

Metrisch ISO-schroefdraad

Bij metrische bouten en schroeven zijn de diameter en spoed gebaseerd op millimeters. De aanduiding M16 betekent bijvoorbeeld dat de nominale diameter 16 mm is. Bij metrisch-fijn draad is de spoed kleiner dan bij standaard metrisch draad.

Kenmerken van metrisch ISO-schroefdraad:

Kenmerk Omschrijving
Eenheid Millimeter
Profielhoek 60°
Aanduiding Bijvoorbeeld M10, M12, M16, M20
Metrisch fijn Kleinere spoed dan standaard metrisch draad
Toepassing Veelgebruikt in Europa en internationale machinebouw

De spoed beïnvloedt de hellingshoek van de schroefdraad en daarmee ook het benodigde aanhaalmoment.

Unified Thread Standard

De Unified Thread Standard, afgekort UTS, wordt veel gebruikt in de Verenigde Staten en Canada. Deze schroefdraadfamilie heeft net als metrisch ISO-schroefdraad een profielhoek van 60°, maar de afmetingen worden in inch aangeduid.

Kenmerken van UTS-schroefdraad:

Kenmerk Omschrijving
Eenheid Inch
Profielhoek 60°
Toepassing Verenigde Staten en Canada
Voorbeelden UNC, UNF
UNC Grove spoed
UNF Fijne spoed

Bij internationale projecten is het belangrijk om goed te controleren of metrische of inch-schroefdraad wordt toegepast. Een verkeerde interpretatie kan leiden tot verkeerde boutkeuze, foutieve montage of onvoldoende voorspanning.

boutverbinding

FEM analyse van boutverbindingen

Een boutverbinding komt veel voor in mechanische systemen, drukvaten, flenzen, frames en machineconstructies. Bij eenvoudige verbindingen kan een handberekening voldoende zijn. Bij complexe geometrieën, excentrische belastingen, lokale vervormingen of kritische afdichtingen is een FEM analyse vaak waardevol.

Met FEM analyse kan de boutverbinding gedetailleerd worden beoordeeld. Hierbij kunnen onder andere voorspanning, contactdruk, lokale spanningen, vervormingen en belastingverdeling tussen bouten worden onderzocht.

Een FEM analyse van een boutverbinding is nuttig voor:

Toepassing Waarom FEM nuttig is
Excentrisch belaste boutverbindingen Geeft inzicht in ongelijke boutbelasting
Flensverbindingen Controle van afdichtingsdruk en vervorming
Drukvaten Analyse van lokale spanningen rond boutgaten en deksels
Contactvlakken Beoordeling van contactdruk en lossing
Voorspanning Simulatie van boutvoorspanning
Lokale spanningen Inzicht in spanningsconcentraties
Ontwerpoptimalisatie Verbeteren van boutdiameter, patroon of flensdikte

Boutverbinding laten berekenen door HIGTEC

HIGTEC ondersteunt bedrijven met het berekenen, controleren en optimaliseren van boutverbindingen in drukvaten, flensverbindingen, machineconstructies en piping-systemen. Wij combineren analytische berekeningen met FEM analyse om de boutverbinding technisch goed te onderbouwen.

Wij helpen onder andere met:

Dienst Omschrijving
Boutberekening Bepalen van boutbelasting, voorspanning en sterkteklasse
Flensverbindingen Controle van afdichting, boutbelasting en flensvervorming
AD 2000 B7 berekeningen Controle van boutverbindingen volgens AD 2000-Merkblatt B7
Aanhaalmomentberekening Bepalen van het benodigde aanhaalmoment
Voorspankrachtberekening Controle van de benodigde en toelaatbare voorspanning
Boutdiameter selectie Selectie van geschikte boutdiameter en sterkteklasse
FEM analyse boutverbinding Numerieke analyse van spanningen, vervormingen en contactdruk
Ontwerpoptimalisatie Verbeteren van boutpatroon, flensdikte en afdichting
Technische rapportage Duidelijke onderbouwing voor ontwerpvalidatie

Met praktische engineeringervaring en geavanceerde rekensoftware helpt HIGTEC om boutverbindingen veilig, betrouwbaar en efficiënt te ontwerpen.